Titel
Vlag
Foto

Phnom Penh – Takeo (11-01)
Na een heerlijk ontbijt vertrekken we vroeg richting Takeo. ‘t Is erg druk op de weg, maar we wurmen ons net als de brommertjes moeiteloos overal langs. Binnen een paar kilometer is duidelijk dat ik problemen heb met mijn ketting. Er moet nog een schakeltje uit, gelukkig zit de kettingpons bovenop in de tas. Maar… het pinnetje breekt af, dus daar staan we dan. Niets om mijn ketting mee te repareren. We rijden terug de stad in, naar de straat met de fietsen- en brommershopjes. Ze verkopen echt alles, lijkt het wel. Je kunt je brommer hier gewoon helemaal zelf samenstellen. Robert gaat winkeltje in, winkeltje uit. Helaas weten ze nergens waar het apparaat voor dient, laat staan dat ze het verkopen. Hier slaan ze gewoon een spijker door dikkere kettingen, werkt prima. Moedeloos rijden we terug richting het hotel. Vanmiddag maar alle markten afstruinen. Het zou toch wel erg jammer zijn onze fietsvakantie om een stukje gereedschap te moeten beeindigen. Wat nu? We besluiten via het guesthouse te rijden waar we andere fietsers ontmoet hebben. Nog voordat we er zijn, zien we westerlingen op de fiets. Ze hebben een kettingpons: onze redding is nabij. Als dan ook de Duitse fietsenmaker in het guesthouse blijkt te zijn, is het allemaal zo gepiept en gaan we alsnog op weg. In Takhmau zijn veel fabrieken. Het is lunchtijd en overal krioelt het van de vrouwen met lunchzakjes: een textielfabriek? Verderop, bloemen en plantenteelt. Verkoop van gefrituurde kikkers, durians en rauw vlees langs de weg, maar ook sigaretten en loten. Vrouwen dragen sjaaltjes met (voor ons theedoekjes) ruitjesmotief op hun hoofd alsbescherming tegen de zon. Auto’s, brommers, pickups zitten volgestouwd met groene takken en bladeren die voor ons ogen als onkruid, maar waarschijnlijk is het groente. Een klein meisje fiets met ons mee op een veel te grote fiets die zoveel herrie maakt, dat het lijkt alsof ie elk moment uit elkaar kan vallen. En we zien nog veeel meer.

Takeo – Kampot (12-01)
Ook nu weer vroeg op pad. Via een verbindingsweg fietsen we naar highway 3. De weg is ook hier weer behoorlijk slecht, maar erg leuk. Over het algemeen kunnen we de kuilen redelijk vermijden. Af en toe een meefietsertje: “hello, where do you go?”. En na een kilometer of 12 bereiken we de doorgaande weg: weinig verkeer, veel te zien. We hebben de juiste keuze gemaakt om hier te fietsen i.p.v. de oorspronkelijke route. Een vrouw geeft haar kind achter op de brommer de borst. We passeren een gebedsruimte met pingelende muziek die snel wordt overstemd door de luidspreker van de markt. Wat een herrie. IJs wordt in grote blokken vervoerd op allerlei manieren. Er moet een zaag aan te pas komen als mensen het willen kopen. We zijn er nog niet ziek van geworden. Veel pluimvee, soms meer dan 100 levende kippen en eenden, met de pootjes bijeen gebonden, op zijn kop aan het stuur en de bagagedrager van een brommer. Rijstvelden in verschillende stadia. Op de markt worden biggetjes op zijn kop gehouden en ge´nspecteerd voordat de koop gesloten wordt. Onder toeziend oog van de hele familie drinken we bij een tentje een cola’tje met twee andere westerse fietsers die we kruisen. Een vruchtbaar land - uit elk huis klinken joelende kinderstemmetjes als we voorbij komen “hello, bye bye”. Soms houdt het zo lang aan dat we ons afvragen of ereen uitknop op zit. Een brommer met aanhangertje vol met Cambodjanen komt ons voorbij. Een vrouw verliest haar hoedje, maar het brommertje rijdt door. Robert raapt het hoedje op en fiets als een gek achter het karretje aan. Dit levert leuke spontane reacties op en het vrouwtje is erg blij. Kortom, weer een enerverend dagje.

Kampot – Sihanoukville (13-01)
Om 5.30 gaat de wekker, het regent dat het giet. Over een uur nog maar eens proberen. Het lijkt iets opgeklaard, dus toch op pad. Een stevig ontbijt (of toch niet): noodle soup met varkenshuid, lever, ingewanden… ik vis de noodles eruit en laat het erbij. De eerste 35 kilometer zijn fantastisch: glad asfalt met kuilen waar we gemakkelijk omheen kunnen rijden, wind mee, meer dalen dan stijgen, bijna geen verkeer, fantastisch uitzicht, vriendelijke plaatselijke bevolking…. Wauw, dit is echt de mooiste route tot nu toe: heerlijk! Maar dan draait de wind (of wij veranderen van richting) en rijden we een uitgestrekte polder binnen. Gelukkig niet voor lang, in Veal Renh wordt de weg beter en is er van alles te zien. Nog 50 km te gaan. De zijstroken zijn onverhard en de weg is niet breed, maar toch. Helaas komen we snel tot de conclusie dat dit DE doorgaande weg van de hoofdstad naar de haven is. Grote trucks met container razen voorbij. Ik vervloek menig chauffeur. We kunnen nauwelijks genieten van de omgeving, omdat we zo op het verkeer moeten letten. En als we beginnen met het heuvelachtige deel van de route blijkt al bij de eerste flinke klim dat onze versnellingen niet goed werken (ketting wil niet op het kleinste tandwiel voor). En dat terwijl we de fietsen helemaal na hebben laten kijken voor vertrek. Het is moeilijk om om ons heen te kijken onder deze omstandigheden, dus trappen we stug door. En eindelijk rijden we Sihanoukville binnen. De stad zelf stelt maar weinig voor. Bij het strand vinden we een prachtig luxe hotel met zwembad. Voor maar 20 dollar (incl. ontbijt) betrekken we een mooie schone grote kamer. We eten wat en het zwembad roept: heerlijk dobberen we wat rond. Als ik uit het zwembad stap, gaat het echter helemaal mis. Het is zo vreselijk glad dat ik gigantisch uitglijd. Hoe precies, dat is een grote vraag. Alles doet me zeer. Toch maak ik me de meeste zorgen over mijn arm, maar al snel blijkt dat ik ‘m kan bewegen. Ik weet dat dit het einde van het fietsgedeelte van onze vakantie is. (Je hebt echt twee goede armen nodig voor dit soort wegen.) De schrik zit er wel even goed in. Stel je voor dat je hier echt medische hulp nodig hebt….

Sihanoukville (14-01)
Ik heb slecht geslapen en ontdek steeds meer blauwe plekken (arm, rug, billen, heup, enkel, schouder; hoe heb ik het voor elkaar gekregen). Na het ontbijt gaan we naar het enige ziekenhuis met X-ray in Sihanoukville. We hebben toch een bewijs nodig voor de reisverzekering als we daar iets mee willen regelen. Vanaf de straat zien we vier bedden in een huis staan en een kast met medicijnen. Een arts en verpleegster, zeer vriendelijk en bezorgd, komen direct naar ons toe. Gelukkig, ze spreken Engels. Een paar foto’s in een ranzig achterkamertje en zoals verwacht is er niets gebroken of uit de kom. Wel willen ze een of ander goedje op mijn arm spuiten en peniciline geven, maar dat praten we ze uit het hoofd. Ik kom uiteindeljik weg met een verbandje waarmee ik mijn arm omhoog kan houden (als mitella…). We regelen onze visa voor Vietnam en het vervoer terug naar de hoofdstad voor de volgende dag (taxi kost 35 USD voor meer dan 200 km, dit is goedkoper dan de Nederlandse Spoorwegen). Ok, het is even zuur dat we niet verder kunnen fietsen, maar we gaan ons nu zeker wel op een andere manier vermaken, te beginnen met een lange strandwandeling. En Ria en Ricco vinden het fijn dat we iets meer tijd met hen in Vietnam door kunnen brengen.



Disclaimer
JavaScript Menu Courtesy of Milonic.com