Titel
Vlag
Foto

Hallo allemaal,

Voor de liefhebbers, hier weer een update van onze fietsreis en de eerste foto.

Aranyaprathet – Sisophon (02/05)
Om 9.00 uur ‘s ochtends zien we voor ons een krioelende menigte opdoemen. Ai, dit is echt de grens… Waar zijn we aan begonnen? Twijfelend gaan we met de fiets richting de rij. Een man komt naar ons toe en wijst naar een hek waar we de fietsen neer kunnen zetten. Eigenlijk moeten we allebei naar binnen voor een uitreisstempel, maar we willen de fietsen niet achterlaten. Ik blijf dus buiten wachten in de hoop dat Robert het voor ons allebei kan regelen. Hij schuift een bereidwillige jongeman 200 Baht toe om niet in de mensenmenigte in de rij te hoeven staan. Dat scheelt al wat! Terwijl ik buiten de fietsen in de gaten houd, kijk ik mijn ogen uit. Wat een drukte overal. Gemotoriseerde voertuigen komen de grens niet over, met als gevolg een stroom van oude houten (vaak doorgezakte) handkarren. Plastic zakken bungelen aan de rand, zeil schermt de zijkant af en alles wordt erin vervoerd: grote zakken, kleding, flessen water, levende vis, fruit (pomelo’s, watermeloenen, appels, ananas, longans enz) en groente waarvan ik de naam niet eens weet. Mensen dragen manden op hun hoofd. Monniken komen blootsvoet voorbij. En het blijft continu doorgaan. Af en toe worden er weer mensen uit de menigte binnengelaten in het kantoortje: geduw, getrek, de dranghekken blijven nauwelijks staan. En Robert is nog steeds binnen. Het duurt maar en het duurt maar. Ik heb met hem te doen. Drie kwartier later komt Robert weer tevoorschijn. En het is gelukt! Nu op naar het visumbureau voor Cambodja. Hier gaat het wonder boven wonder een stuk sneller. En een kwartier later staan we bij het bureautje voor de inreisstempel voor Cambodja. Het trucje (één van ons naar binnen, de ander op de fietsen letten) gaat hier niet helemaal op. Ze maken met een webcam namelijk zelfs een foto van iedereen die het land binnengaat. Handkarren worden gecontroleerd, maar wij mogen gewoon doorfietsen. Voorbij de douane ziet het zwart van de handelaartjes en Cambodjanen die iets willen. Tja, als je als toerist - zonder vervoer - de grens over komt, ben je dus het haasje…. Maar wij lachen hard en rijden er snel aan voorbij. Het is duidelijk dat de mensen hier armer zijn (sommige hebben niet eens een hutje, maar een afdak), maar ze zijn er niet minder vriendelijk door: hartelijk worden we toegewuifd en begroet “hello, hello, bye bye”. Uitgestrekte akkers en mooie fruitgaarden. Het is heerlijk om op ons gemak om ons heen te kijken. Bij een zandpad staat een bord: DANGER MINES. We worden met onze neus op de feiten gedrukt. Onmogelijk kunnen we ons voorstellen wat het is om in zo’n mooi land te wonen dat vol met landmijnen ligt. Een Cambodjaan vervoert vier levende varkens achter op zijn brommer. De pick-ups zijn zo vol dat de mensen letterlijk met de benen buiten hangen. En de weg is slecht. Niet zo slecht als wij verwacht hadden, maar toch. We hebben in het begin genoeg tijd en ruimte om om de kuilen heen te slingeren, maar als we wat verder vorderen, hebben de kuilen de grootte van volkstuintjes… Na 46 km komen we het eerste verkeersbord tegen. We naderen de plaats van bestemming. In Sisophon nemen we onze intrek in een hotelletje en lopen op ons gemak door het stadje…. Het is fijn hier. We zijn in Cambodja.

Sisophon – Siem Reap (03/05)
Om 5.30 uur staan we op. We hebben een lange dag voor de boeg, 107 km waarvan 70 onverhard. Nog voordat we Sisophon uit zijn, begint het onverharde deel. Een vrachtwagen rijdt ons voorbij. Ik kan tot 30 tellen, voordat ik weer iets kan zien. Elke auto laat enorme stof- en zandwolken achter. We trekken snel onze bufs voor onze mond en neus. Hier zijn we op voorbereid. De eerste twintig kilometer zijn redelijk te doen, met gemak halen we 17 km/u. We zijn van top tot teen bedekt met een laag zand, maar we hebben er vreselijk veel lol in. Hoe verder we komen, hoe erger het wordt: steeds meer stenen op de weg, deels liggen ze los, deels steken ze uit… En het worden er zoveel dat we er nauwelijks meer omheen kunnen slalommen. We hebben weinig tijd om om ons heen te kijken, al onze aandacht gaat uit naar de weg, maar we horen nog steeds de vriendelijke begroetingen en we roepen enthousiast, maar zonder op te kijken, hello terug. Het lijkt wel een wedstrijdje rodeo-rijden: welke fiets werpt zijn berijder het eerste af. Na vijftig kilometer, in Kralahn, is de lol er echt wel af. Tot onze verbazing zien we een andere westerse fietser met bepakking: zie je wel, we zijn niet de enige gekken… Het geeft weer wat moed, nog twintig te gaan (onverhard). Ik had verwacht dat mijn achterwerk het zou moeten ontgelden vandaag, maar mijn armen zijn het ergste. Elke klap vang ik daar het eerste mee op. Eindelijk komt de verharde weg in zicht, of is het een fatamorgana… Nee, ‘t is echt, maar de laatste 35 kilometer (verhard) gaan toch moeizaam. Wel hebben we tijd genoeg om de omgeving op te nemen. En onze mede-weggebruikers. Alles wordt vervoerd: meer dan vijftig kippen en eenden op één brommer, drie tweepersoonsmatrassen achterop, nog meer varkens… Om een lang verhaal kort te maken… In Siem Reap vinden we een heerlijk hotel met vriendelijk personeel. We hebben de grootste lol als we elkaar, smerig als we zijn, op de foto zetten (zie bijlage). En het stadje is van alle gemakken voorzien. We voelen ons helemaal op ons gemak en zijn blij dat we hier een paar dagen kunnen blijven. Het reisschema hebben we dus weer omgegooid.

Siem Reap (04/05 – 06/05)
Voor de kenners: Siem Reap is de uitvalsbasis voor een bezoek aan de tempels van Angkor. We hebben een toegangspas voor drie dagen gekocht. Op onze site staan zeer binnenkort alvast een paar foto’s. De verhalen volgen een andere keer. Overmorgen nemen we de boot naar Battambang en vandaaruit fietsen we naar Phnom Penh. We vinden het jammer om Siem Reap te verlaten, maar we willen toch wat meer van Cambodja zien en over twee weken worden we bij Ria en Ricco verwacht in Saigon.



Disclaimer
JavaScript Menu Courtesy of Milonic.com