Titel
Vlag
Foto

Reisverslag van 17 december 2003, Huế

Pho ‘s ochtends, pho ‘s middags, pho ‘s avonds: soep, soep, soep... De laatste fietsdagen voor ộng Hi reden we door de armste provincies van Vietnam. Erg bijzonder, want hier komen nauwelijks westerlingen. Maar om aan (voor ons) fatsoenlijk eten te komen, dat viel niet mee. Het gerecht dat hier 3x per dag gegeten wordt is pho, soep met rijstmie, een beetje vlees en kruiden die naar zeepsop smaken. Niet echt om over naar huis te schrijven (maar ik doe het toch..). Koekjes, een colaatje, bananen (als we ze konden vinden) en de paar marsjes die we in Vinh ingeslagen hadden, hebben ons door vele kilometers heen geholpen. En natuurlijk veel water.

Elk dorp waar we doorheen rijden, lijkt op het vorige, maar toch is het telkens anders en kijken we weer onze ogen uit. Op de fiets hebben we daar genoeg tijd voor. We hebben een aantal dagen door dunbevolkt gebied gefietst en hadden de highway vaak helemaal voor onszelf alleen. Of we moesten hem delen met de runderen die in steeds grotere getale op de weg liepen, overstekende waterbuffels, wegschietende kippen. Maar ook Vietnamezen die met de landbouwwerktuigen over de schouder (of op de fiets) naar het land liepen of die op brommertjes varkens in een soort kooi/net vervoeren (het lijken wel levende rollades, zo strak zitten ze erin vast). Vietnamezen dragen hier veel vaker de traditionele hoeden. En ze bewerken het land op blote voeten, staan dagen lang tot over hun knien in het water of in de modder, weer of geen weer. Na wat wij gezien hebben, mogen we concluderen dat de Vietnamese bevolking een hardwerkend volkje is.

In sommige hotels proberen ze heel hard om een westerse norm te hanteren voor bijvoorbeeld de badkamer. In H Tĩnh hadden we een badkuip met een heus douchegordijn (eerste keer), maar het bad had geen douchekop, enkel een kraan, dus hoe wil je spetteren? En als er 10 cm water in het bad stond, dan was er geen warm water meer. Als dan ook de stop niet werkt, waardoor het water binnen enkele minuten alweer wegloopt...wat is dan de zin van een douchegordijn? Kortom, we proberen de douchecabine, de enige die we in Vietnam gezien hebben: wat denk je? Echt, zo lek als een mandje. Daar hadden ze dus beter een gordijn kunnen hangen ;) Tja, dat is wel lachen...

De afgelopen paar fietsdagen komen we Vietnamezen tegen die een stuk beter Engels spreken. Het gesprek bestaat niet langer uit ‘hello, hello’, maar uit ‘hello, hello, how are you’ of ‘hello, hello, where are you from?’.

Het landschap verandert voortdurend. Op onze route naar H Tĩnh (13 december) kwamen we door een dunbevolkt, heuvelachtig, zeer waterrijk gebied met weinig verkeer. Riviertjes met boten, spelende kinderen (geen gameboy, maar springtouw of tol) en kinderen die waterbuffels berijden of er hun sista op doen.... en we hebben de zon (heel) even gezien. Het was maar 50 km, want we wisten dat de erop volgende dagen erg zwaar zouden worden (en er zat een goed hotel in H Tĩnh: afzien is ok, maar we zijn ook op vakantie h).
De volgende etappe (14 december) naar ộng Hi zou een zware worden: 157 kilometer met een pas (450 m) en veel klimmetjes en heuvels. We hebben weer van alles gezien: van uitgestrekte vlaktes met rijstvelden tot heuvels met veel bomen, de zee (ook voor het eerst) en duinlandschap. Maar de afstand zelf was niet het zwaarste. Weer en wind, zegt men wel eens, nou, dat kennen ze hier ook. We vertrokken nog met een zonnetje, maar al snel betrok de lucht en kregen we echte herfstbuien over ons heen. Onze voeten sopten in onze schoenen en de regenjassen kwamen goed van pas. Ook de wind kwam ineens van alle kanten en dan moet je bergop... Maar ja, het hoort erbij! En aan de andere kant van de pas kwam het zonnetje weer heel even terug en was het weer prima om te fietsen. Alleen hebben we de hele dag natte en koude voeten gehad. ‘s- avonds zaten we in een allerschattigst hotelletje, gerund door een erg vriendelijke niet-engelssprekende familie (ons phrasebook kwam dus ook al van pas) met uitzicht op pittoreske bootjes op de rivier. En we hebben zowaar een echt restaurant gevonden.
De volgende dag (15 december) was het beter fietsweer (maar een paar spatjes regen) en reden we nog steeds door dunbevolkt gebied, soms in een duinlandschap zo wit als sneeuw. We hebben 124 km afgelegd. Het had korter gekund, maar we wilden een bezoekje brengen aan de Vinh Moc Tunnels, een ondergronds gangenstelsel waar tijdens de Vietnam-Amerika oorlog 96 families in geleefd hebben. Dit bezoekje en de weg naar de tunnels toe, waren erg de moeite waard. We kwamen weer de eerste echte westerlingen tegen in een aircobus en wisten direct weer waarom het zo leuk is om op de fiets te reizen.
Gisteren (16 december) hebben we de laatste 70 km naar Huế gefietst. Huế is de oude keizerlijke stad van Vietnam en dus erg toeristisch. We kunnen weer kiezen uit eettentjes en zijn niet langer de enige niet-Vietnamezen. In eerste instantie is het wel even lekker om niet een wandelende (of in ons geval fietsende) attractie te zijn. ‘Hello’ wordt hier alleen geroepen als ze iets van je willen (en dat is heeeeeeeeeel erg vaak), dus dat is dan wel weer irritant. Nee, nu realiseren we ons pas echt hoe bijzonder het was om door de noordelijke provincies van Vietnam te fietsen. Veel reisgidsen zeggen dat dit deel van Vietnam niet de moeite waard is, maar wij delen die mening absoluut niet en zijn blij dat we er geweest zijn: wij hebben het andere deel van het echte Vietnam gezien. Inmiddels zitten we in een suite (20 US$, duur voor hier) in een mooi hotel om op mijn verjaardag weer even te kunnen genieten van de ‘luxe’. Dit is een vakantie van uitersten, de smoezelige kamer met muizenkeutels in Tinh Gia past 6x in de kamer waar we nu zitten ;-)

Voor wie het weten wil:



Disclaimer
JavaScript Menu Courtesy of Milonic.com